Labradoodles
Hoe socialiseren wij onze pups…
Bio Sensor programma voor Early Neurological stimulation for pups
Uitleg redenen vroegtijdige castratie
De grappige naam Labradoodle doet de honden die rechtstreeks afstammen van de bloedlijnen van Tegan Park en Rutland Manor feitelijk geen eer aan. Het ras begon oorspronkelijk als een Poedel – Labrador kruising, maar door inmenging met tenminste 6 andere rassen door Tegan Park, bestaat de Australian Labradoodle uit veel meer dan alleen maar een Poedel- en Labradorgenen. Dit in tegenstelling tot de labradoodle origin. Hier volgt een uitleg van de genen-samenstelling van de (verschillende generaties) Labradoodle origin (Zoals de F1, F1B en F2) en de Australian Labradoodle, om u het verschil duidelijk te maken;
F1 (lees eigenlijk “LO” (=Labradoodle Origin))

Vanaf het moment dat Gregor Mendel begon te experimenteren met erwtjes, werd de eerste generatie van een kruising een F1 genoemd. Bij de labradoodle origin is dit dus een kruising tussen een labrador en een poedel. Een F1 draagt dus 50 % van de genen van een labrador bij zich en 50% van de genen van een poedel. De pups kunnen dus allergievriendelijk zijn, maar evengoed niet.
F2, F3, F4 en multigen labradoodles (Lees eigenlijk LO2, LO3, LO4)
Wanneer twee F1′s met elkaar worden gekruist, krijg je een F2; twee F2′s geven een F3 enz.
Vanaf de derde generatie worden ze multi-generatie genoemd. Genetisch zijn ze echter gelijk aan een F1 ; ze dragen ook 50 % van de genen van een labrador bij zich en 50% van de genen van een poedel.
F1B (lees eigenlijk LO2pp)
Tenzij er vaker met een poedel terug wordt gekruist, zoals heel vaak wordt gedaan om het allergievriendelijke aspect, wat van de poedel afkomt, te kunnen waarborgen.
Deze nakomelingen hebben dus 3 poedels als grootouders en hebben dan ook 75% van hun genen van de poedel. Daarom is het ook logisch dat zij niet zullen verharen; de poedel zelf is een niet-verharende hond.
Wanneer een F1B (=LO2pp) nogmaals gekruist wordt met een poedel, is het percentage poedelgenen in die generatie (LO3pp) zelfs nog hoger dan 75% en kun je net zo goed een poedel nemen…….
De Australian Labradoodle
De genetische samenstelling van de Australian Labradoodle is anders dan dat van de labradoodle origin doordat er diverse andere rassen doorheen gemixt zitten (tenminste 6 andere rassen door Tegan Park alleen al). Een Australian Labradoodle heeft dus als extra een behoorlijk percentage genen van deze toegevoegde rassen erbij. Dit maakt dat het karakter van de Australische labradoodle veel zachter en gemakkelijker is dan dat van de labradoodle origin, en ook de vachten gemakkelijker te onderhouden. Het percentage poedel-genen is ook wat groter dan het percentage labrador-genen, maar wel kleiner dan 50%. Natuurlijk is dit wel het ideaalbeeld voor het ras en kan dit per Australian Labradoodle enigszins afwijken. Echter hoe hoger in generatie, hoe meer dit aansluit bij het ideaalbeeld. Een ALF4 wordt gezien als raszuiver = AL.
